“Een crisis als deze wijst ons alleen maar meer op onze relatie met de natuur. In dit geval met name dat we er niet boven staan, maar juist onderdeel van zijn,” aldus Daan Bruggink van ORGA architect.
Het rendement van een natuurlijk gebouw

Daan Bruggink, eigenaar van ORGA architect
Niet alleen jij en ik, maar alle mensen op de hele wereld zijn onderdeel van de natuur. Ongelijkheid telt in één keer niet meer; we zitten allemaal in hetzelfde natuurlijke schuitje. Goede gezondheid en welzijn blijken toch het belangrijkste van alles. Zouden we natuur niet verder in onze eigen gebouwde omgeving moeten integreren?
We zien wel de eerste stapjes: natuurinclusief, klimaatadaptief of natuurlijk het actieprogramma ‘Klimaatadaptief bouwen met de natuur’ (KAN), waarvoor een eerste bijeenkomst is geweest en het vervolg op Building Holland even zal opschuiven. Een conclusie van de bijeenkomst was dat het moeilijk blijft om ontwerpers, bouwers en projectontwikkelaars te motiveren om meer natuurlijk te bouwen. Deze eerste initiatieven zijn lovend en men zal snel zien dat het toch echt een no-brainer is.
Biophilic architectuur
De definitie biophilic is net zo logisch als eenvoudig: wij allen zijn in ons DNA voor 99 procent met de natuur verbonden (zo getuige de huidige crisis), dus hoe meer natuur in onze directe omgeving, hoe meer ons welzijn stijgt. We zijn allen genetisch zo geprogrammeerd dat de prikkels die de natuur ons biedt, ons precies uitdagen om ons gezond en prettig te laten voelen. In een biophilic gebouw laat je een gebruiker de natuur dus overal en in diverse vormen ervaren. Iedereen begrijpt de positieve effecten hiervan. De return-on-investment van groen, natuurlijke vocht- en warmteregulerende materialen, houtoppervlakken, water, daglicht, planten, zicht op groen en natuurlijke installatieprincipes, enzovoorts, is enorm.

Er zijn diverse onderzoeken, van o.a. Interface en Terrapin Bright Green, die dit overtuigend aantonen. Een van de onderzoeken toonde aan dat werknemers in omgevingen met biofiele ontwerpelementen vijftien procetn productiever waren in vergelijking met groepen zonder groen of natuurlijke omgevingen. Bijna negen op de tien werknemers in kantoren met biofiel ontwerp rapporteerden ook een verbeterd welzijn. Wanneer je dan bedenkt dat 47 procent van de werknemers in de wereld meldden dat ze geen natuurlijk licht in hun kantoor hadden en 58 procent dat ze geen planten hadden, is dat al snel laaghangend fruit.
We moeten dus luisteren naar onze inherente, biologisch DNA-gecodeerde behoefte om aan te sluiten bij de natuur, door het opnemen van de natuur en natuurlijke elementen in de gebouwde omgeving. Dat levert de omstandigheden die de productiviteit verbeteren, het aantal ziektedagen van de werknemers verminderen, de concentratie bevorderen, zorgen voor minder stress en waarin studenten beter leren en patiënten sneller herstellen.
Groene tandartspraktijk
Om een helder praktijkvoorbeeld te laten zien, kijken we naar de tandartsenpraktijk in Middenmeer. De tandarts wilde een ecologische praktijk; hij vond dat een tandarts er is voor de mensen en de ‘patiënt’ er niet is voor de tandarts. Het nieuwe gebouw was bovendien onderdeel van een nieuw beleid: de patiënten moeten zich op hun gemak en bijzonder goed verzorgd voelen. Hier hoort een biobased gebouw bij met veel licht, groen en uitzicht op groen.

De tandarts voelde naadloos aan dat natuur en groen van grote positieve invloed is op ieder mens en dat dat rechtstreeks invloed heeft op de centen. Ook een tandarts is gewoon ondernemer. De patiënten voelen zich goed en op hun gemak als ze binnenkomen, daardoor zijn ze meer ontspannen (diverse mensen worden nog wel eens onrustig van de tandarts). Daardoor kunnen ze sneller behandeld worden en dat betekent één á twee behandelingen meer per behandelkamer. Vier behandelkamers, dus vier tot acht behandelingen per dag, het hele jaar door, reken maar uit. Daarnaast zijn er veel minder personeelswisselingen en is er veel minder ziekteverzuim, wat beide natuurlijk veel geld kost. Tenslotte werkt de tandarts er zelf ook iedere dag!

veel daglicht en zicht op groen. Foto: Ruben Visser
De meerkosten van een dergelijke natuurlijke en groene tandartspraktijk in vergelijking met een klinische witte doos van staal en kalkzandsteen heb je binnen anderhalf jaar terugverdiend en daarna zijn het alleen maar extra inkomsten. Het mooie ervan is dat je geen geld verdient door slechte verkooptrucjes, verleidelijke marketing of door mensen meer geld uit hun zak te kloppen, maar puur en alleen door het positivisme van natuur en groen. Iedereen heeft er baat bij, van patiënt tot bezoeker, van eigenaar tot medewerker.
Kostenpost
Dan even terug naar die ontwikkelaar en ontwikkelende bouwer. Als je bedenkt dat een gemiddeld utiliteitsgebouw ongeveer één procent besteedt aan energie, negen procent aan gebouwgerelateerde kosten als huur en inrichting en maar liefst negentig procent aan personeel. Reken dan uit dat personeel vijftien procent meer produceert, tien procent minder ziek is en veel minder wisselt, dan denk je natuurlijk meteen weer aan die no-brainer.
Waarom gebeurt het dan niet? De kern van het probleem is het feit dat de gebruiker de financiële voordelen van het natuurlijk bouwen incasseert, echter zit die vaak nog niet aan tafel bij het ontwikkelen of ontwerp van de gebouwen. Recht evenredig heeft ook de ontwikkelaar bij het opleveren volstrekt geen profijt van meer groen. Het is dan inderdaad alleen maar een kostenpost.
Het is wachten tot de ontwikkelaars inzien dat als zij evidence based aantonen dat de gebouwen die zij ontwikkelen zorgen voor een fors hogere productiviteit en minder ziekteverzuim, hun gebouwen meer waard zijn. Welzijn is weliswaar moeilijk in geld uit te drukken, maar iedere CFO kan eenvoudig rekenen wat iedere procent productiestijging en iedere procent minder ziekteverzuim op de balans doet. Werkgevers zien bovendien ook steeds meer de strijd om de beste werknemers, die de kwaliteit van hun werkomgeving steeds meer meewegen in hun keuze. Kortom, inderdaad: een no-brainer.

Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
“Koester het goede en sta open voor het nieuwe”
In het voorjaar van 2024 stemden de Provinciale Staten van Overijssel bijna unaniem in met een nieuwe periode…
Leertraject Natuurinclusief ontwikkelen
KAN Bouwen start in april 2025 weer met het leertraject De basis voor natuurinclusief ontwikkelen. Een…
Nauwere samenwerking tussen Nationale Parken en gezondheidssector
Collectief Natuurinclusief en het Nationale Parken Bureau hebben samen de Handreiking Nationale Parken als…
Opleidingen in groene sector bewegen mee met veranderende wereld
De groene ruimte stond vroeger vooral in dienst van de mens. Het moest mooi, netjes en veilig zijn. Inmiddels…
Wat zijn de maatschappelijke baten van natuur?
Leuk en aardig allemaal die natuur, maar wat levert het ons nu eigenlijk op? Het Investeringsperspectief…
De impact van DuurzaamDoor
Het aflopen van de huidige programmaperiode 2021-2024 van rijksprogramma DuurzaamDoor, is het uitgelezen moment…
Boek: Natuurinclusieve gebiedsontwikkeling
Gideon Spanjar, Frank Suurenbroek, Patrick Limpens en Sába Schramkó zijn auteurs van het boek Natuurinclusieve…
‘Misvatting dat economie en ecologie tegenpolen zijn’
Jannemarie de Jonge hoeft zich deze maanden niet te vervelen. Sinds het voorjaar van 2024 is ze de nieuwe…
Reactie toevoegen